Geliefden in onze Heere Jezus Christus,
De kerkenraad heeft u tweemaal de naam (namen) bekendgemaakt van de broeder(s), die tot ouderling (en diaken) in deze gemeente verkozen is (zijn). Daar niemand een wettig bezwaar tegen zijn (hun) belijdenis en wandel heeft ingebracht, zullen wij thans in de naam des Heeren tot zijn (hun) bevestiging overgaan.
Wij willen vooraf horen naar wat de Heilige Schrift leert over de ambten in de
gemeente
des Heeren. Christus maakt gebruik van de dienst van mensen, aan wie Hij in de ge
meente een bijzondere taak toevertrouwt. Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven,
zowel evangelisten als herders en leraars “om de heiligen toe te rusten, tot het werk van
dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.”
De ambtsdragers hebben deze opdracht in ootmoed en nederigheid te volbrengen, zien
de op Hem, Die gekomen is om te dienen en Die in de voetwassing ons hiervan een
voorbeeld gegeven heeft. Zij mogen zich gedragen weten door het woord van de Heere:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand hem ontvangt die Ik zal zenden, ontvangt hij
Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft.”
Tot de ambten waardoor het Christus behaagt Zijn gemeente te bouwen, behoort dat
der ouderlingen. Ten aanzien van hen leert de Heilige Schrift, dat zij met de dienaren
des Woords opzicht hebben over de gemeente. In gehoorzaamheid aan de Opperherder
zullen zij de kudde Gods hoeden, zonder heerschappij te voeren, maar als voorbeelden
van de kudde.
Het behoort tot hun taak de leden van de gemeente trouw te bezoeken en hun geestelijke
leiding te geven. Zij zullen ouderen en jongeren opwekken tot de dienst des Heeren en
erop toezien, dat een ieder naar het gebod des Heeren zich zal openbaren als een levend
lidmaat van Jezus Christus. Zij moeten de gemeente wijzen op haar roeping, in deze
wereld van het evangelie te getuigen en door handel en wandel anderen voor Christus te
winnen. Hen die niet naar de regel der Schriften leven, behoren zij te vermanen, en over
hen die geen boetvaardigheid betonen, de christelijke tucht te oefenen. Als opzieners van
de gemeente moeten zij waken tegen het binnendringen van alle dwaalleer, die haar zou
kunnen afbrengen van de gehoorzaamheid aan Jezus Christus, en tegen elke ontheiliging
van de sacramenten. Zij hebben toe te zien op elkaar en op de dienaren des Woords,
voor wier leer en dienst zij mede verantwoordelijkheid dragen. Daarom dienen zij Gods
Woord te onderzoeken en zich gedurig te oefenen in de overdenking van de verborgen
heden des geloofs.
Het is de taak van de ouderlingen met de dienaren des Woords erop acht te geven, dat in de gemeente alles op een gepaste wijze en in goede orde zal gebeuren, naar de wil van Hem Die geen God van wanorde is, maar van vrede. Zo zullen zij in hun werk zich gedragen naar het woord dat Paulus richtte tot de oudsten van Efeze: “Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij ver kregen heeft door Zijn eigen bloed.”
Christus maakt ook van de dienst der diakenen gebruik om Zijn gemeente te bouwen.
Van het begin af heeft in de gemeente naast de bediening van het Woord en de sacra
menten het werk van de christelijke barmhartigheid een plaats gehad. Wij lezen hiervan
onder meer in Handelingen, waar gesproken wordt over de dagelijkse verzorging van
de weduwen.
De diakenen hebben samen met de dienaren des Woords en de ouderlingen zorg te dragen voor de gemeente,
terwijl hun in het bijzonder de dienst van de barmhartigheid is
toevertrouwd.
Zij mogen de liefde van Christus zichtbaar maken door in noden en moeilijkheden van
onderscheiden aard met raad en daad steun te verlenen. Zij zullen zoeken naar passende
wegen en middelen om de bedoelde taak op de rechte wijze te vervullen. Verder zullen zij
zorgen voor de juiste besteding van de gaven die door hen worden ingezameld.
Zij zullen de gemeente opwekken, barmhartigheid te bewijzen aan de naasten. Zij mogen
hun arbeid verrichten in blijmoedigheid en met een bewogen hart, bereid om de troost
van het evangelie mee te delen aan hen die in nood verkeren. In de gebrokenheid van de
menselijke verhoudingen staan zij in dienst van Christus, Die de arme zal redden die om
hulp roept, de ellendige en wie geen helper heeft.
Nu gij broeder(s), N. (en N.), gereedstaat uw ambt te aanvaarden, zult gij voor God en Zijn gemeente antwoorden op de volgende vragen:
Ten eerste: zijt gij in uw hart overtuigd, dat God Zelf u door Zijn gemeente tot deze heilige dienst geroepen heeft?
Ten tweede: houdt gij de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament voor het enige Woord van God en de volkomen leer der zaligheid, en verwerpt gij alles wat met dit Woord en de belijdenis van de kerk in strijd is?
Ten derde: belooft gij uit liefde tot Christus en Zijn gemeente uw ambt getrouw te bedie nen en de vereiste geheimhouding te betrachten ten aanzien van wat bij de uitoefening van uw ambt vertrouwelijk te uwer kennis wordt gebracht?
Ten vierde: belooft gij u steeds te onderwerpen aan de kerkelijke vermaningen, indien gij in leer of leven u te buiten zoudt gaan?
Antwoord: ja.
Hierna spreekt de dienaar:
De almachtige God en Vader geve u Zijn genade, dat gij in deze dienst getrouw en met
zegen moogt werkzaam zijn. Amen.
Geliefde gemeente, ontvang deze broeder(s) als dienaar (dienaren) van God. Stel u gewil lig onder de regering en het opzicht van de ouderlingen. Geef acht op hun vermaningen en bewijs hun de eer waarop zij als herders van de kudde des Heeren recht hebben. (Voorzie de diakenen van goede middelen tot het verrichten van hun arbeid en wees van harte bereid om naar uw vermogen mee te werken in de dienst der barmhartigheid.)
Aangezien niemand van ons de bekwaamheid hiertoe van zichzelf heeft, willen wij de
almachtige God om Zijn genade aanroepen:
Heere God, hemelse Vader, Die door Christus, Uw Zoon, tot opbouw van Uw kerk
ouderlingen (en diakenen) gegeven hebt, wij danken U, dat Gij ons geschonken hebt
mannen van goede getuigenis, die gaven van Uw Heilige Geest hebben ontvangen. Wij
bidden U, verleen hun meer en meer wat zij in hun bediening nodig hebben: wijsheid
en moed, inzicht en barmhartigheid, opdat een ieder zijn ambt vervulle naar Uw wil.
Schenk hun Uw genade, dat zij in hun arbeid getrouw mogen voortgaan, zonder door
moeite, verdriet of vervolging der wereld te vertragen.
Verleen Uw goddelijke zegen aan deze gemeente, opdat zij zich aan de goede vermaningen van de
ouderlingen onderwerpt (en de diakenen met liefde bijstaat in de dienst der
barmhartigheid), hen erend in hun ambt.
Verhoor ons, o barmhartige God en Vader, door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heere,
in Wiens Naam wij tot U bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Koninkrijk kome;
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen.