Geliefden in onze Heere Jezus Christus,
Hoort hoe onze Heiland in de nacht voor Zijn sterven het avondmaal heeft ingesteld: “Als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem. En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer Ik lijde; want Ik zeg u, dat ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods. En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden. Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn. En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook de drinkbeker na het avondmaal, zeggen de: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.”
Opdat wij nu waarlijk tot Zijn gedachtenis dit avondmaal mogen houden, hebben wij
tevoren onszelf te beproeven. Daarom onderzoeke zich ieder van ons, of hij van harte
berouw heeft over zijn zonden, zichzelf mishaagt en zich voor God verootmoedigt. Ieder
beproeve zich, of hij de vaste belofte van God gelooft dat hem alleen om het offer van
Jezus Christus al zijn zonden volkomen vergeven zijn, en onderzoeke zich, of hij bereid
is met heel zijn leven God te verheerlijken en zijn naaste te dienen.
Allen die zo gezind zijn, wil God zeker in genade aannemen en als waardige deelgenoten
aan de tafel van Zijn Zoon Jezus Christus ontvangen.
Die deze gezindheid niet kennen, verkondigen wij dat zij geen deel in het rijk van Chris
tus hebben, en vermanen wij zich van dit avondmaal te onthouden, zolang zij zich niet
bekeren.
Dit wordt ons, geliefde broeders en zusters in de Heere, niet voorgehouden om de ver
slagen harten van de gelovigen de vrijmoedigheid te ontnemen, alsof niemand tot het
avondmaal des Heeren gaan mag dan wie zonder enige zonde is. Want het avondmaal
verzekert ons, dat het volkomen offer van onze Heere Jezus Christus de enige grond van
onze zaligheid is. Het verzegelt ons Zijn hartelijke liefde en trouw, dat Hij voor ons, die
de eeuwige dood verdiend hadden, heeft willen lijden en sterven, en voor ons de levend
makende Geest verworven heeft. Door die Geest, Die in Hem als het Hoofd en in ons
als Zijn leden woont, hebben wij waarachtige gemeenschap met Hem en krijgen wij deel
aan al Zijn schatten en gaven.
De Heilige Geest verbindt ons ook onderling in broederlijke liefde, gelijk de apostel
Paulus zegt: “Want één brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns
broods deelachtig zijn.”
Met groot verlangen mogen wij samen aan het avondmaal uitzien naar de wederkomst van onze Heiland, Die ons genodigd heeft tot het bruiloftsmaal van het Lam. Dan zal Hij met ons de vrucht van de wijnstok nieuw drinken in het Koninkrijk van Zijn Vader.
Laten wij ons nu voor God verootmoedigen en Hem met waarachtig geloof om Zijn
genade aanroepen:
Barmhartige God en Vader, Die Uw eniggeboren Zoon in deze wereld gezonden hebt om
ons volkomen te verlossen van onze zonden, wij bidden U dat Uw Heilige Geest moge
bewerken, dat wij ons met waarachtig vertrouwen aan Hem hoe langer hoe meer overge
ven, en dat Hij in ons leeft en wij in Hem. Wil onze verslagen harten door dit avondmaal
troosten en sterken. Laat ons niet twijfelen, of Gij zult om Christus’ wil eeuwig onze
genadige Vader zijn, Die ons onze zonden nimmer toerekent en ons in alles verzorgt als
Uw kinderen en erfgenamen. Verleen ons ook Uw genade dat wij onze Heiland belijden,
onszelf verloochenen, ons kruis getroost op ons nemen en in alle nood met opgeheven
hoofd onze Heere uit de hemel verwachten, Die onze sterfelijke lichamen aan Zijn ver
heerlijkt lichaam gelijkmaken en ons tot Zich nemen zal in Zijn hemels Koninkrijk.
Verhoor ons, barmhartige God en Vader, door onze Heere Jezus Christus. Amen.
Laat ons onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Jezus Christus is, onze Voor spraak, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Laat ons er niet aan twijfelen dat wij door de werking van de Heilige Geest zo waarachtig met Zijn lichaam en bloed gevoed en gesterkt worden, als wij het brood en de wijn tot Zijn gedachtenis ontvangen.
Bij het uitdelen van het brood zal de dienaar
spreken:
Het brood, dat wij breken, is een gemeenschap met het lichaam van Christus. Neemt,
eet, gedenkt en gelooft, dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus gegeven is tot een
volkomen verzoening van al onze zonden.
Bij het geven van de beker zal de dienaar spreken:
De beker der dankzegging is een gemeenschap met het bloed van Christus. Neemt die,
drinkt allen daaruit. Gedenkt en gelooft, dat het bloed van onze Heere Jezus Christus
vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.
Na de bediening van het avondmaal spreekt de dienaar:
Laten wij Gods Naam met lofzegging prijzen.
God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefge
had heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, ons levendgemaakt met Christus;
uit genade zijt gij zalig geworden – en heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet
in de hemel in Christus Jezus, opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen de uit
nemende rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof en dat niet uit u, het is Gods
gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve
zouden wandelen.5 Hem nu, Die machtig is meer dan overvloedig te doen boven al wat
wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt, Hem, zegt ik, zij de heerlijkheid
in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot alle eeuwigheid. Amen.
Laat ons de avondmaalsviering besluiten met het gebed, dat Christus ons geleerd heeft:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Koninkrijk kome;
Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen.