Geliefden in onze Heere Jezus Christus,
De kerkenraad heeft u tweemaal de naam bekendgemaakt van onze broeder die tot die naar des Woords van deze gemeente beroepen is. Daar niemand een wettig bezwaar tegen zijn belijdenis en wandel heeft ingebracht, zullen wij thans in de naam des Heeren tot zijn bevestiging overgaan
Wij willen vooraf horen naar wat de Heilige Schrift leert over het ambt van dienaar des Woords.
God, onze hemelse Vader, wil uit het verdorven menselijk geslacht een gemeente roepen
en vergaderen ten eeuwigen leven en gebruikt daartoe de dienst van mensen.
De apostel Paulus zegt, dat Christus “heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als
profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om
de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van
Christus.”
De ambtsdragers hebben deze opdracht in ootmoed en nederigheid te volbrengen, zien
de op Hem Die gekomen is om te dienen en Die in de voetwassing ons hiervan een
voorbeeld gegeven heeft. Zij mogen zich gedragen weten door het woord van de Heere:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand hem ontvangt die Ik zal zenden, ontvangt hij
Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft.”
De herders en leraars zullen in de samenkomsten van de gemeente het Woord verkondi
gen in alle getrouwheid naar het apostolisch vermaan: “Ik bezweer u, ten overstaan van
God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschij
ning en in Zijn Koninkrijk: predik het Woord.”3 Door de zuivere prediking van het
evangelie wordt het Koninkrijk der hemelen ontsloten en toegesloten. Daarom hebben
de dienaren des Woords de gemeente te wijzen op de vastheid van Gods beloften en
de ernst van Gods eisen. Door het bedienen van het Woord hebben zij de gelovigen te
vermanen en te vertroosten, verkondigende de bekering tot God en de verzoening met
Hem door het geloof in Jezus Christus opdat de gemeente gebouwd wordt in het geloof
en opwast in de genade en de kennis van de Heere Jezus Christus door de Heilige Geest.
Zij zullen de gemeente oproepen, in deze wereld van het evangelie te getuigen en door
handel en wandel anderen voor Christus te winnen. In de prediking mogen zij de bruid
van Christus opwekken, haar Bruidegom met groot verlangen te verwachten in reinheid
en godsvrucht.
Zij moeten de sacramenten, die de tekenen en zegelen van Gods verbond zijn, bedienen
gelijk Christus het bevolen heeft, tot versterking van het geloof. Zij zullen in de dienst
der gebeden de Naam des Heeren aanroepen met schuldbelijdenis en lofprijzing, met
voorbede en dankzegging.
Zij moeten de jeugd van de gemeente onderrichten in de Schriften, die haar wijs kunnen
maken tot zaligheid, opdat zij door Gods genade zal komen tot belijdenis van het geloof
in Christus Jezus.
Tot het herderlijk werk behoort het bezoeken van de gemeente in getrouwheid, met zorg
en liefde, naar de opdracht van de grote Herder der schapen.
Het is ook hun taak, met de ouderlingen de gemeente Gods in goede orde en tucht te
houden. Zij moeten met wijsheid uit de gemeente weren al wat in strijd is met het Woord
van God.
Uit dit alles zien wij welk een hoog en verantwoordelijk ambt aan de dienaren des Woords
is toevertrouwd. Zij zijn door God in de bediening der verzoening gesteld. Als gezanten
van Christus vermanen en smeken zij in Zijn naam: laat u met God verzoenen.
Nu gij, broeder N., gereedstaat het ambt van dienaar des Woords in deze gemeente te aanvaarden, zult gij voor God en Zijn gemeente antwoorden op de volgende vragen:
Ten eerste: zijt gij in uw hart overtuigd, dat God Zelf u door Zijn gemeente tot deze heilige dienst geroepen heeft?
Ten tweede: houdt gij de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament voor het enige Woord van God en de volkomen leer der zaligheid, en verwerpt gij alles wat met dit Woord en de belijdenis der kerk in strijd is?
Ten derde: belooft gij uit liefde tot Christus en Zijn gemeente uw ambt getrouw te bedie nen en de vereiste geheimhouding te betrachten ten aanzien van wat bij de uitoefening van uw ambt vertrouwelijk te uwer kennis wordt gebracht?
Ten vierde: belooft gij u steeds te onderwerpen aan de kerkelijke vermaningen, indien gij in leer of leven u te buiten zoudt gaan?
Antwoord: ja ik, van ganser harte
Hierna spreekt de dienaar (indien iemand voor het eerst aan een
gemeente wordt verbonden,
zal hierbij handoplegging plaatsvinden):
God onze hemelse Vader, Die u geroepen heeft tot deze heilige dienst, verlichte en be
kwame u door Zijn Geest. Hij regere u zo in uw bediening, dat gij daarin getrouw en met
vrucht moogt werkzaam zijn tot verheerlijking van Zijn Naam en tot uitbreiding van het
Rijk van Zijn Zoon Jezus Christus. Amen.
Geliefde gemeente, ontvang in de Heere deze dienaar van Christus met alle blijdschap.
Gedenk, dat God Zelf door hem tot u spreekt en u vermaant en troost. Erken hem als
een gezant van Christus, die u het evangelie van het Koninkrijk brengt. “Hoe lieflijk zijn
de voeten van hem, die het goede boodschapt, die heil doet horen.”
Zo zal de vrede Gods komen in uw huizen8 en gij zult, door zijn woord in Christus
gelovende, het eeuwige leven beërven.
Aangezien niemand van ons de bekwaamheid hiertoe van zichzelf heeft, willen wij de
almachtige God om Zijn genade aanroepen:
Barmhartige Vader, Die door Christus, Uw Zoon, uit het verloren menselijk geslacht U
een gemeente tot het eeuwige leven vergadert, wij danken U dat Gij aan de kerk hier ter
plaatse deze dienaar des Woords hebt willen verbinden.
Wij bidden U: wil hem door Uw Geest meer en meer bekwamen tot de dienst waartoe
Gij hem geroepen hebt. Open zijn verstand om Uw heilig Woord te verstaan en schenk
hem vrijmoedigheid om de verborgenheden van het evangelie te verkondigen. Geef
hem wijsheid en getrouwheid, opdat door zijn arbeid Uw kerk bewaard en vermeerderd
wordt. Vertroost hem door Uw Geest in alle moeiten en beproevingen die hem in zijn
dienst ten deel kunnen vallen. Geef, dat hij door Uw genade standvastig blijft tot het
einde en eenmaal met de getrouwe dienstknechten moge ingaan in de vreugde des Hee
ren. Verhoor ons, o Vader, door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heere, in Wiens Naam
wij tot U bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Koninkrijk kome;
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen.