Geliefde broeder(s) en zuster(s),
U bent hier verschenen om voor God en zijn gemeente belijdenis te doen van het geloof. Na gehouden onderzoek heeft de kerkenraad u aan de gemeente voorgesteld. Nu tegen niemand van u wettige bezwaren zijn ingebracht, willen wij u in de gelegenheid stellen om geloofsbelijdenis af te leggen.
Eerst willen wij luisteren naar wat de Schrift ons over het belijden van het geloof
zegt.
God heeft de mens goed geschapen, opdat hij Hem van harte zou liefhebben en met vreugde
zou dienen. In het paradijs koos de mens er echter voor om onafhankelijk van God te leven.
Daarmee bracht hij het oordeel van God over zich en verdiende hij de dood. Met de apostel
Paulus belijden wij, dat wij allen gezondigd hebben en de heerlijkheid van God missen.
God heeft echter de wereld zo liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft. Alleen
het bloed van Hem, Gods Zoon, reinigt ons van alle zonde.
Ieder die dit gelooft, erkent dat het God is die ons eerst heeft liefgehad en zijn liefde in
onze harten heeft uitgestort door de Heilige Geest.
De belofte van het Evangelie luidt, dat wie met de mond Jezus als Heere belijdt en met
het hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, behouden zal worden.
Dat deze persoonlijke belijdenis ook openlijk wordt uitgesproken, vinden we in de Bijbel
o.a. bij Thomas, die in de kring van de discipelen Jezus belijdt met de woorden: “Mijn
Heere en mijn God.” Ook schrijft Paulus aan Timotheüs dat deze de goede belijdenis
heeft afgelegd voor vele getuigen.
Door onze persoonlijke geloofsbelijdenis stemmen we in met de belijdenis van de kerk en
weten we ons verbonden met allen die in hetzelfde geloof de Heere liefhebben en dienen.
Wij voegen ons in de eeuwenlange rij van mensen die het geloof belijden. De Zoon van
God vergadert immers door zijn Geest en Woord vanaf het begin der wereld tot aan het
einde zijn gemeente, die is uitverkoren tot het eeuwige leven
In de doop hebben wij het teken en zegel van Gods verbond ontvangen. Wat Hij ons daarin beloofd heeft, vraagt van ons geloof. Zo is onze belijdenis in feite een antwoord op onze doop. Het is door de Heilige Geest dat wij dit antwoord geven. Wie belijdenis doet, geeft daarin gehoor aan de oproep van de Heere Jezus om Hem te volgen. De weg achter Jezus aan is de weg van het eeuwige leven.
Tegelijk zegt Jezus: “Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.”
Wanneer wij te maken krijgen met verzet en verleiding, aanvechting en twijfel, mogen
wij steeds terugvallen op de trouw van God en zijn vergevende liefde.
Om ons geloof te versterken heeft de Heere Jezus het Heilig Avondmaal ingesteld. Wie
belijdenis doet, spreekt daarmee ook het verlangen uit om aan de viering daarvan deel
te nemen.
Wij doen belijdenis in het midden van de gemeente als het lichaam van Christus. Daar
mee verklaren we ons medeverantwoordelijk voor de geestelijke opbouw van de gemeen
te en willen we ons daarvoor met de gaven die God ons geeft, inzetten. Ook behoort
daartoe het trouw samenkomen met de gemeente en het zoeken en bewaren van de
onderlinge vrede.
Vervolgens worden wij geroepen om in de wereld een zoutend zout en een lichtend licht
te zijn, opdat door onze levenswandel anderen voor Christus gewonnen worden.
Ten slotte worden we opgeroepen om uit te zien naar de wederkomst van onze Heere
Jezus om dan voor altijd in de eeuwige vreugde en heerlijkheid bij Hem te mogen zijn
Nu het moment aanbreekt waarop u uw geloofsbelijdenis zult uitspreken, verzoeken wij u in dit plechtige ogenblik van uw leven voor veel getuigen oprecht antwoord te geven op de volgende vragen.
Wat is hierop uw antwoord?
Antwoord: ja.
De almachtige, barmhartige God en Vader van onze Heere Jezus Christus geve u de kracht van zijn Heilige Geest! Amen.
Nu u deze belijdenis hebt uitgesproken, deelt u als leden met alle rechten en plichten in de gemeenschap van de kerk.
Geliefde gemeente,
Ontvang deze leden als broeder(s) en zuster(s). Bemoedig hen door te wijzen op de genade, de troost en kracht, die er te vinden is bij Christus en die u zelf van Hem mocht ontvangen, ook in tijden van beproeving of andere moeiten en zorgen. Ondersteun hen in de strijd van het geloof en leef met hen mee. Draag hen aan de Heere op in uw gebeden, opdat zij mogen groeien in het geloof. Deel met hen uw vreugde in de Heere.
Vraag aan de gemeente: geliefde gemeente, belooft u op
deze manier
met de nieuwe belijdende leden om te gaan?
Antwoord: ja
Daartoe geve de Koning van de Kerk ons door zijn Geest alle wijsheid, liefde en
saamhorigheid.
Amen.