Geliefde broeders en zusters,
Gij zijt hier verschenen om voor het aangezicht van God en voor Zijn heilige gemeente
belijdenis te doen van uw geloof.
Na gehouden onderzoek heeft de kerkenraad u aan de gemeente voorgesteld. Nu tegen
niemand uwer wettige bezwaren zijn ingebracht, willen wij u in de gelegenheid stellen
belijdenis af te leggen en verzoeken u daartoe in dit plechtige ogenblik van uw leven voor
vele getuigen oprecht antwoord te geven op de volgende vragen:
Wat is hierop uw antwoord?
Antwoord: ja.
Nu gij deze belijdenis hebt uitgesproken deelt gij als leden met alle rechten en plichten
in de gemeenschap van de kerk.
De almachtige, barmhartige God en Vader van onze Heere Jezus Christus sterke u door
Zijn Heilige Geest! Amen.
Vraag 1: Verklaart en erkent gij, dat gij de leer van onze kerken, voor zover gij die geleerd, gehoord en beleden hebt, houdt voor de ware en zaligmakende leer, overeenkomende met de Heilige Schrift?
Vraag 2: Belooft gij, dat gij door Gods genade in de belijdenis van die zaligmakende leer standvastig zult blijven en daarin leven en sterven?
Vraag 3: Belooft gij, dat gij volgens deze heilige leer uw leven altijd door Christus’ hulp en genade, godzalig, eerbaar en onstraffelijk zult aanstellen en uw belijdenis met goede werken versieren?
Vraag 4: Belooft gij, dat gij u wilt onderwerpen en onderdanig zult zijn aan de opwekkingen, bestraffingen en kerkelijke tucht, indien het kwam te gebeuren (hetwelk God verhoede) dat gij in leer of zeden u mocht te buiten gaan?
Op het ja-woord laat de dienaar des Woords de zegenbede volgen:
Moge God Die dit goede werk door Zijn genade begon en tot hiertoe voortzette,
u hierin bevestigen en het meer en meer voltooien tot de dag van Christus.